Donderdag 6 november sprak Koos de Bruijn tijdens de Algemene beschouwingen.
Voorzitter,
We staan aan het begin van het laatste hoofdstuk van deze raadsperiode. Een periode waarin veel is bereikt: samen met inwoners, maatschappelijke organisaties, collega’s in raad, college en medewerkers hebben we gebouwd aan een gemeente die groener, socialer en toekomstbestendiger is. Daar mogen we trots op zijn.
Een stevige basis voor de toekomst
Met de Omgevingsvisie 2040 hebben we een stip op de horizon vastgesteld waarin vitaliteit, leefbaarheid en verbondenheid centraal staan. Onze dorpen zijn de ruggengraat van de Utrechtse Heuvelrug – plekken waar iedereen welkom is, ook met een kleiner inkomen. Daarom blijven we inzetten op voldoende betaalbare woningen.
In het woonbeleid is daarin echt een doorbraak bereikt: nu geldt voor álle nieuwbouw dat minimaal 70% betaalbaar moet zijn, waarvan 30% sociaal en 40% middelduur. Zo bouwen we aan dorpen waar jong en oud, starter en senior, leraar en verpleegkundige kunnen wonen. En leegstand wordt aangepakt.
Leefbare dorpen met veilige straten
Ook in het mobiliteitsbeleid is vooruitgang geboekt. Meer ruimte voor fietsers en voetgangers, met de leefbaarheid van onze dorpen als uitgangspunt. Want een veilige, toegankelijke en duurzame mobiliteit is de sleutel tot gezonde dorpen waar kinderen zelfstandig naar school kunnen gaan.
We zijn ook blij dat de ambitie voor de kwaliteit van de buitenruimte is verhoogd. Fietspaden krijgen het hoogste onderhoudsniveau, en de uitstraling van onze centra en parken wordt verbeterd. Dat lijkt detailbeleid, maar het bepaalt hoe prettig en veilig onze leefomgeving aanvoelt.
Een groene en eerlijke toekomst
Biodiversiteit heeft dankzij gezamenlijke inzet een vaste plek in het beleid gekregen. Want een gezonde natuur is geen luxe, maar een voorwaarde voor leefbaarheid. Inwoners die hun tuin vergroenen of een voedselbos aanleggen verdienen steun, en ook de gemeente zelf kan met groenbeleid bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit en daarmee herstel van de natuur.
Een sociale gemeente die zorgt
In het sociaal domein is hard gewerkt aan betere dienstverlening. Dankzij duidelijke indicatoren, mede mogelijk gemaakt door mijn fractie, kunnen we nu volgen hoe inwoners de zorg ervaren en waar het beter moet.
Dankzij vasthoudende aandacht vanuit de raad blijft ook het leerlingenvervoer op de agenda. Dat was nodig. De problemen bij de aanbesteding hebben laten zien hoe kwetsbaar goede zorg is als uitvoering en beleid uit elkaar raken. Gelukkig is er veel rechtgezet door gezamenlijke inzet van ouders, ambtenaren, wethouder en raadsleden, maar de evaluatie en de lessen die we daaruit trekken blijven essentieel. Juist ook voor toekomstige aanbestedingen in het sociale domein.
Waakzaam richting de toekomst
Voorzitter, de resultaten van afgelopen periode vormen een stevige basis. Maar we kunnen en mogen niet achteroverleunen. Want de richting die we de afgelopen jaren hebben ingezet – sociaal én groen – staat onder druk. En dat is ook de link met de begroting die voorligt.
We zien telkens weer politieke geluiden die in feite neerkomen op een pleidooi voor een kleinere overheid. Voor minder regels, minder uitgaven. Maar achter dat ogenschijnlijk efficiënte verhaal gaat een risico schuil: minder voorzieningen, minder bescherming, minder preventie, minder toekomst. Juist nu moeten we vasthouden aan het idee van een overheid en een solidaire samenleving die investeert in mensen en leefbare dorpen.
We blijven hopen dat de landelijke overheid knaken bij de taken gaat leveren. Dat het brede midden de laatste Tweede Kamerverkiezingen gewonnen heeft, voedt die hoop. Continue druk van zowel het College als de verschillende raadsfracties richting hun collega’s in Den Haag blijft echter wel nodig om het ravijnjaar te dempen. Laten we hen en passant ook informeren over hoe wij hier in Utrechtse Heuvelrug goed samenwerken, in diversiteit en verscheidenheid. En laten we hopen dat men elkaar in Den Haag ook óver het midden weet te vinden.
Tot slot
Voorzitter, GroenLinks-PvdA ziet deze laatste maanden niet als een afronding, maar als een opmaat. De piketpalen zijn geslagen voor een groene en sociale toekomst. Nu komt het aan op uitvoering – zorgvuldig, samen met inwoners, en met oog voor de lange termijn.
Laten we blijven bouwen aan dorpen waarin iedereen meetelt, zodat de volgende raad verder kan op een fundament van hoop, solidariteit en duurzaamheid.
Dank u wel.